Coronavirus

De maatregelen om het coronavirus in te dijken hebben vorig schooljaar een grote impact gehad op het verloop van de les- en werkplekcomponent in duaal leren, DBSO en leertijd. Dat het virus nog niet verdwenen is, is ondertussen duidelijk. Ook het komende schooljaar kunnen de gevolgen zich dus nog laten voelen.

Update 10 september 2020: Na overleg met de RVA is uitgeklaard dat ook ondernemingen die geconfronteerd worden met tijdelijke werkloosheid nieuwe overeenkomsten mogen sluiten als de overeenkomst – zoals de bedoeling ervan – bestaat in het aanleren van competenties.

Overeenkomsten

Er mogen nieuwe overeenkomsten voor de uitvoering van alternerende opleidingen (OAO’s, SAO’s en deeltijdse arbeidsovereenkomsten in duaal leren, DBSO en Leertijd) gesloten worden op voorwaarde dat:

  • de mentor aan het werk is.
  • de onderneming het mogelijk en opportuun vindt om de leerling op de werkplek op te leiden en de competentieverwerving van de leerling centraal staat.
  • de onderneming de richtlijnen en beschermingsmaatregelen zoals voorzien in de Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan’ (en indien beschikbaar de sectorale vertaalslag hiervan) toepast. De generieke gids en sectorgidsen zijn terug te vinden via werk.belgie.be/nl/themas/coronavirus.
  • er zorgvuldig overleg is geweest tussen onderneming en opleidingsverstrekker, zodat kwaliteitsvolle begeleiding en een veilige werkomgeving voorzien kunnen worden.

Ook lopende overeenkomsten mogen onder dezelfde voorwaarden hervat worden.

Mogelijke scenario's

Verschillende scenario’s zijn mogelijk, elk met een eigen impact op de uitvoering van de overeenkomst.

De veiligheidsdraaiboeken van het Departement Onderwijs en Vorming verduidelijken de richtlijnen voor de lescomponent bij de verschillende pandemieniveaus. Om te weten welke richtlijnen van toepassing zijn op de leerling(en) die je opleidt in je onderneming, is het belangrijk te weten in welk stelsel de leerling les volgt: duaal leren, deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd. Een samenvatting van de richtlijnen per stelsel en per pandemieniveau kan je hier raadplegen.

Voor de werkplekcomponent worden steeds de regels gevolgd zoals ze van toepassing zijn op de onderneming waar de leerling opgeleid wordt. De meest actuele informatie over de uitvoering van de werkplekcomponent zal je ook de komende maanden steeds op deze webpagina kunnen raadplegen.

Opleidingsplan en uurrooster

Ga bij de opmaak van het opleidingsplan en het uurrooster uit van een normaal voltijds uurrooster.

Indien nodig kan tijdens het schooljaar in onderling overleg tussen onderneming, opleidingsverstrekker en leerling een nieuw uurrooster opgesteld worden en/of nieuwe afspraken gemaakt worden m.b.t. het opleidingsplan. Om administratieve overlast te vermijden moeten wijzigingen aan het uurrooster of opleidingsplan momenteel niet geregistreerd worden in het digitale loket. Zorg er wel voor dat wijzigingen altijd tijdig besproken en meegedeeld worden tussen de partijen, minstens via mail en bij voorkeur schriftelijk en ondertekend.

Veelgestelde vragen (versie 14/10/2020)
Mag een leerling in het kader van leren en werken of duaal leren, leren in een onderneming waar er tijdelijke werkloosheid is?

Ja, als de overeenkomst – zoals de bedoeling ervan – bestaat uit het aanleren van competenties en de leerling geen medewerkers in tijdelijke werkloosheid vervangt.

De federale regelgeving stelt dat het werk van een tijdelijk werkloze werknemer niet mag uitbesteed worden aan derden of studenten en dat bijgevolg geen nieuwe arbeidsovereenkomsten mogen gesloten worden voor de uitvoering van hetzelfde werk.

Voor jongeren in het stelsel voor leren en werken (aanloopfase en arbeidsdeelname) en jongeren in een duale opleiding is de werkvloer echter deel van de opleiding. Competentieverwerving staat daarbij centraal; niet het uitvoeren van werk. Jongeren mogen dus in het kader van het stelsel voor leren en werken en duaal leren naar de werkvloer om competenties te verwerven, ongeacht tijdelijke werkloosheid binnen die onderneming, als dit geen vervanging met zich meebrengt van medewerkers in tijdelijke werkloosheid.

Bij wie kan de onderneming terecht met vragen over het starten van nieuwe overeenkomsten als er tijdelijke werkloosheid ‘als gevolg van het coronavirus COVID-19’ is? 

Het sociaal secretariaat kan de onderneming adviseren over de regelgeving en mogelijke sancties. Ingeval van twijfel kan de directeur van het bevoegde werkloosheidsbureau van de RVA de situatie beoordelen.  

Wat als de leerling tot een risicogroep behoort?

Leerlingen die behoren tot een risicogroep of die samenleven met personen die behoren tot een risicogroep nemen contact op met de huisarts en volgen het advies van de huisarts.

Wat als de leerling in quarantaine moet o.w.v. COVID-19?

Voor leerlingen met een overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) of deeltijdse arbeidsovereenkomst (DA) kan de onderneming voor deze dagen tijdelijke werkloosheid “overmacht” aanvragen (zoals voor gewone werknemers). Voor die dagen is geen leervergoeding verschuldigd (FAQ RVA p. 19)

De RVA beslist of de tijdelijke werkloosheid wordt aanvaard en of er bijgevolg uitkeringen worden toegekend.

Wat als de leerling op een bepaald moment niet of slechts gedeeltelijk kan worden opgeleid op de werkplek o.w.v. COVID-19?

Voor leerlingen met een overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) of deeltijdse arbeidsovereenkomst (DA) kan de onderneming voor deze dagen tijdelijke werkloosheid “overmacht COVID-19” of “economische redenen” aanvragen (zoals voor gewone werknemers). Voor die dagen is geen leervergoeding verschuldigd.

De RVA beslist of de tijdelijke werkloosheid wordt aanvaard en of er bijgevolg uitkeringen worden toegekend.

Welke administratie moet er gebeuren bij tijdelijke werkloosheid?

Vanaf 1 september 2020 wordt er een onderscheid gemaakt tussen ondernemingen of sectoren die uitzonderlijk hard getroffen worden door COVID-19 en ondernemingen of sectoren die er niet uitzonderlijk hard door worden getroffen. Meer info hieromtrent in de FAQ RVA (p. 13 ev.)

Ondernemingen of sectoren die uitzonderlijk hard getroffen worden door COVID-19 kunnen nog steeds gebruik maken van de sterk vereenvoudigde overmachtsregeling (overmacht COVID-19).

De onderneming moet de leerling op de hoogte brengen (meldingsplicht) van de dagen of aantal dagen dat een leerling gedurende een bepaalde periode tijdelijk werkloos zal zijn. Dit moet uiterlijk gebeuren op de dag voorafgaand aan de ingangsdatum van de schorsing tijdelijke werkloosheid overmacht. Bovendien moet hij de leerling informeren over de formaliteiten die de leerling moet verrichten om een uitkering aan te vragen bij de RVA.

Ondernemingen of sectoren die niet uitzonderlijk hard getroffen worden door COVID 19, maar er wel nog gevolgen van ondervinden, kunnen tijdelijke werkloosheid om economische redenen invoeren. Hier gelden de gewone procedures.

Welke vergoeding kan een leerling bij tijdelijke werkloosheid ontvangen?

Leerlingen met een OAO worden in alle vormen van tijdelijke werkloosheid vrijgesteld van wachttijd.

De bedragen van de overbruggingsuitkeringen zijn terug te vinden op dewebsite van de RVA. Een leerling die samenwoont met zijn of haar ouders ontvangt bijvoorbeeld een dagvergoeding van 11,67. Hiervan wordt tot en met 31 december 2020 15% bedrijfsvoorheffing afgehouden (in plaats van 26,75%).

Leerlingen die tijdelijk werkloos worden gesteld wegens overmacht ‘COVID-19’ ontvangen van de RVA naast deze dagvergoeding nog een supplement van 5,63 euro per dag. Ook hiervan wordt 15% bedrijfsvoorheffing afgehouden.

De RVA is bevoegd voor het toekennen van de tijdelijke werkloosheid.

Wat als de leerling ziek is op het moment dat er tijdelijke werkloosheid wordt aangevraagd in de onderneming?

Als er tijdelijke werkloosheid is of wordt aangevraagd in de periode van ziekte is er geen gewaarborgde leervergoeding verschuldigd. Er kan ook geen overbruggingsuitkering worden bekomen. De leerling moet zich meteen richten tot het ziekenfonds.

Mijn leerling wordt opgeleid in een onderneming in Nederland. Mogen er nieuwe overeenkomsten gesloten worden?

Als gevolg van het oplopende aantal besmettingen heeft de Nederlandse Rijksoverheid besloten dat de horeca vanaf 14 oktober 2020 om 22.00 uur moet sluiten. Ook de meeste evenementen zijn vanaf 14 oktober 2020 verboden.  

Praktijkovereenkomsten en praktijkleerovereenkomsten met Nederlandse leerondernemingen in deze sectoren worden met ingang van 15 oktober 2020 geschorst.

Voor alle andere sectoren geldt dat het afsluiten of uitvoeren van overeenkomsten mogelijk is mits dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • de onderneming past de algemene maatregelen COVID-19 van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de vertaling ervan in de branchespecifieke protocollen toe.
  • er is zorgvuldig overleg geweest tussen onderneming en opleidingsverstrekker, zodat kwaliteitsvolle begeleiding en een veilige werkomgeving voorzien kunnen worden.

De reguliere begeleiding van de leerling op de werkplek blijft mogelijk, op voorwaarde dat de leeronderneming geen praktisch bezwaar maakt. De MBO-raad adviseert om andere vormen van begeleiding (telefonisch, videoconferentie) te overwegen.

Informatie over grensovergang in het kader van woon-werkverkeer vind je hier (zie rubriek ‘grensverkeer’).